Voorlezen stimuleert de taalontwikkeling van kinderen. Woordenschat en taalbegrip worden groter. Kinderen krijgen plezier in zelf lezen en dit maakt dat zij nog meer woorden leren en hun taalbegrip nog beter ontwikkelen. Voorlezen helpt dus laaggeletterdheid voorkomen. Maar wat brengt voorlezen nu precies en wat komt er allemaal bij kijken? In opdracht van Stichting Voorlezen stelde ik – Ilse Verbindt – deze vragen aan een aantal mensen die betrokken zijn bij dit onderwerp. Naar aanleiding van hun bijdagen geef ik een leestip over de onderwerpen die zij introduceren.

Voorlezen is een feest – het juiste boek

“Bijna iedere maand komt een vader een nieuw voorleesboek uitzoeken. Iedere keer gaat hij blij de winkel uit met het vooruitzicht samen met zijn zoontje in een nieuw avontuur te stappen.Voorlezen is een feest en dat gunnen we ieder kind én ook ieder groot mens. Wel is het van belang dat je het juiste boek kiest. Het juiste boek is het boek dat plezier bij je luisteraar(s) gaat brengen en dat bij jou – als voorlezer – past. Het juiste boek bij de lezer brengen, dat is ons vak, een vak van verleiden. Dat kan ik niet doen zonder mijn eigen enthousiasme over en verbinding met de verhalen.” – Wilma Verhoeven, eigenaar van Kinderboekwinkel de Giraf.

Alex Boogers doet in zijn schotschrift ‘De lezer is niet dood‘ een hartstochtelijk beroep op ons allemaal om een gids te zijn voor kinderen. ‘Het boek hoort bij iemand die het past. […] Tenminste, dat dacht ik. Nu weet ik dat het je moet worden gegeven, gegund, misschien ook wel. […] En soms moet het je worden aangereikt.’, zegt Boogers.’

Voorlezen voor het slapen gaan – leesopvoeding thuis

Vincent van Dorst

Aan voorlezen bewaar ik mooie herinneringen. Mijn ouders hebben mij, mijn broers en zus altijd voorgelezen. Nu ik vader ben lees ik mijn zoon voor. Voor het slapen gaan zoeken we een boek uit. Hij kruipt dan gezellig tegen mij aan  en ik vind het heel leuk om te merken dat hij een heleboel nieuwe woorden leert. Als Wethouder Onderwijs vind ik het belangrijk dat alle Dordtse kinderen gestimuleerd worden in taal. Voorlezen is belangrijk. Voor ouders en kinderen die onvoldoende (voor)lezen zijn leesbevorderende initiatieven, zoals de Nationale Voorleeswedstrijden en de VoorleesExpress, een grote hulp.” – Peter Heijkoop, Wethouder Onderwijs Gemeente Dordrecht

In ‘Over ouders en leesopvoeding‘ – een publicatie van Stichting Lezen – lees ik drie belangrijke conclusies. Ten eerste blijkt dat kinderen uit hogere sociale milieus meer worden gestimuleerd bij de ontwikkeling van hun leesvaardigheden en -interesses. Ten tweede blijkt dat kinderen die thuis actief worden gestimuleerd bij het verbeteren van leesvaardigheden op school beter presteren en dat deze positieve invloed de verdere levensloop aanwezig blijft. Ten derde blijkt een positief effect uit het extra aandacht geven en hulp bieden aan ouders om thuis taal te stimuleren.

Van afstand naar nabij, van passief naar actief – de helpende volwassene

Logo-VoorleesExpress-klein“Ik heb voorgelezen aan een jong meisje. Ik heb het proces van en met dit meisje als heel bijzonder ervaren. Ze heeft zelf de stappen gezet en ik mocht haar daarbij begeleiden. Het is een proces geweest van afstand naar nabijheid. Een letterlijke afstand, omdat zij in een luie stoel ging zitten met opgetrokken benen en ik op een krukje ervoor. Een figuurlijke afstand, omdat ze niet begreep wat ik kwam doen. Kom jij mij alleen voorlezen? Ik hoef verder niets te doen? Deze afstand ging over in nieuwsgierigheid. Wat heb je vandaag meegenomen? Welke spelletjes gaan we doen? Ze kwam naast me zitten op de bank, soms nog met een kussen ertussen. Op het einde van het voorleesseizoen zat ze tegen mij aangekropen op de bank en genoten we samen van het verhaal. Haar nieuwsgierigheid was inmiddels overgegaan in leergierigheid. Mag ik de letterkaartjes zien? Ik wil weten hoeveel letters ik al weet. De letterlijke en figuurlijke afstand tussen ons was helemaal verdwenen. Ook haar passieve houding was veranderd naar een actieve. Ze is steeds meer zelf sturing gaan geven aan de boekjes die ze voorgelezen wilde hebben. Ze heeft geleerd aan te geven wat ze wel en niet leuk vindt. Door haar nabije en actieve houding zag ik haar op nog veel meer punten groeien. Haar concentratie groeide, steeds langer kunnen luisteren naar een verhaal, en daar ook in mee kunnen denken, hoe gaat het verder? Ze leerde hoe een boek ‘werkt’, dat letters woorden worden, woorden zinnen en zinnen een verhaal, en dat een verhaal in een boek staat. Het mooiste is dat ze zelf een verhaal heeft bedacht. Ik heb haar verhaal opgeschreven en haar mama heeft er tekeningen bij gemaakt. Aan het eind van het voorleesseizoen was ze klaar om naar groep 3 te gaan.” – Francien de Wit, voorlezer van VoorleesExpress Dordrecht

In het boek ‘Leespraat’ van Aidan Chambers lees ik dat een stimulerende leesomgeving een voorwaarde is om het leesgedrag van kinderen aan te leren en te stimuleren. Chambers geeft voorlezen een belangrijke plaats. Voorlezen helpt een tekst (meer) toegankelijk te maken, waardoor leerlingen sneller deze (en andere) tekst(en) zelf ook zullen willen lezen en willen doorgronden. Chambers legt een belangrijke taak en verantwoordelijkheid bij de helpende volwassene, zoals Francien.

Doorgaan, erin geloven en samenwerken – ouderbetrokkenheid

2016-08-29 Starbijeenkomst de Regenboog 1“Wat wij moeten doen? Het is heel simpel: blijven doorgaan, herhalen en uitnodigen om met taal bezig te zijn en vooral erin blijven geloven dat je samen verschil kunt maken. Onze school werkt intensief samen met VoorleesExpress Dordrecht. Niet iedere actie leidt (direct) tot succes, maar wanneer er succes behaald is, vier het dan op ‘grootse’ wijze en met elkaar. Na het eerste voorleesseizoen organiseerde Stichting Voorlezen een groots Voorleesdiner. Wij stelden met plezier onze school hiervoor open. Met dit soort acties houd ik mijn vuurtje brandend. Net als door ieder schooljaar te bedenken wat wij rond taal gaan doen met onze leerlingen. Nu pakken we het Kletstheater op. Ouders bereiden samen de spreekbeurt voor door bijbehorende plaatjes te zoeken of tekeningen te maken. Ze gaan hierdoor actief met hun kind praten. Echt geweldig!” – Hélène Versteeg, leerkracht van basisschool de Regenboog.

Het pleidooi van Hélène over samenwerken inspireert mij het boek ‘Ouderbetrokkenheid 3.0‘ van Peter de Vries erbij te nemen. De Vries schrijft: ‘Goed samenwerken is een opdracht aan leraren en ouders die niet vrijblijvend is […] hierbij zoeken de twee partijen met elkaar naar nieuwe inzichten die het beste zijn voor de ontplooiing van het kind. […] Niet de ouder staat centraal, maar de leerling.’ De Vries geeft vier essentiële ingrediënten voor ouderbetrokkenheid, waar ik er hier een uitlicht: ouders als buddy. Ouders die een duwtje in de rug nodig hebben, worden gekoppeld aan een andere ouder. Ik zou hieraan toe willen voegen: of aan een vrijwilliger, zoals een voorlezer van de VoorleesExpress die een leerling thuis komt voorlezen en de ouder daarbij betrekt.Voorlezen in alle vakken

Ik hou toch wel een beetje van poëzie – voorlezen in alle vakken

“Leerkrachten zeggen mij: ‘Sommige leerlingen houden niet van lezen, dat kan toch!?’ Maar de vraag is of dit echt zo is. Laatst las ik poëzie voor. Ik vroeg de leerlingen te reageren op het woord. Een meisje zei: ‘Ik hou niet van poëzie.’ Maar aan het eind van de les zei ze: ‘Ik hou toch wel een beetje van poëzie.’ Daar wil ik maar mee zeggen dat boeken naar het kind toe gebracht moeten worden. Voorlezen en erover praten, dat zouden leerkrachten vaker en in alle vakken moeten doen. Geef je een les over geschiedenis, pak dan een jeugdboek over dit onderwerp en lees eruit voor. Door voor te lezen uit verschillende boeken leer je jouw leerlingen te verbeelden, krijgen ze meer begrip van de wereld, ontdekken ze hun eigen emoties en kunnen ze daar woorden aan geven. Ik kom af en toe op school, maar de leerkracht is er altijd. Het is zijn verantwoordelijkheid om boeken en (voor)lezen in het leven van zijn leerlingen te brengen. Jammer genoeg voelen (te) veel leerkrachten deze verantwoordelijkheid onvoldoende. Willen zij niet de leerkracht zijn waarvan een leerling later in zijn leven zegt ‘Deze leerkracht kon zo mooi voorlezen en vertellen over geschiedenis. Ik heb altijd interesse gehouden in dit vak.'” – Baukje van der Meulen, bibliotheekconsulent in Rotterdam

Praat over boeken – dé opdracht van Aidan Chambers